Afghaanse hasj en de hippie trail: Kandahar, Kabul en Chicken Street

Hoe Afghaanse hasj werd gemaakt, de mythe van Afghan Black, Chicken Street in Kabul en de Brotherhood of Eternal Love. Deel twee van onze serie over de hippie trail.
Straatbeeld in Kabul, 1974
Inhoud

Kandahar, winter 1967. Twee jonge Amerikanen, Travis Ashbrook en Ricky Bevans, lopen over de fruitmarkt als een man die Nazrullah Tokhi heet op hen afstapt en vraagt of ze hasj willen kopen. Hij neemt ze mee naar de kledingwinkel van zijn broer Hayatullah. Als de deal rond is, hebben de Amerikanen hun kapotte Ford Taunus geruild voor zo’n 50 kilo hasj.

Die ontmoeting werd het begin van een van de bekendste smokkelverhalen van de hippie trail. Maar de hasj die Ashbrook en Bevans kochten, was geen uitvinding van de hippies. Het was het resultaat van een ambacht dat in Afghanistan al bestond lang voordat de eerste bussen kwamen. Dit tweede deel van onze serie over de hippie trail gaat over het land waar de route het drukst was, en over de hasjcultuur daar.

In het kort

  • Afghanistan was het hart van de hippie trail, en Afghaanse hasj had begin jaren zeventig al een uitstekende reputatie onder reizigers.
  • Hasj werd in de winter gemaakt: gedroogde planten werden geslagen en door doek gezeefd tot een poeder dat garda heet, dat daarna met de hand werd geperst en gekneed.
  • De naam Afghan Black werd in het Westen bekend dankzij de hippies, maar de traditie erachter is ouder.
  • Afghaanse zaden bereikten vanaf eind jaren zeventig Noord-Amerika en Europa en zitten vandaag in een groot deel van de cannabis die in het Westen wordt geteeld.
  • Een verbod in 1973 en de oorlog die in 1979 volgde, veranderden de handel voorgoed.
Straatbeeld in Kandahar, december 1973
Kandahar in december 1973. Foto: David, CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons.

Een ambacht ouder dan de hippies

Het zeven van cannabis in Afghanistan gaat waarschijnlijk terug tot de negentiende eeuw, volgens een studie van het Afghanistan Analysts Network, een onafhankelijke onderzoeksorganisatie in Kabul. Begin negentiende eeuw was het land vooral een doorvoerroute. Hasj uit Buchara in Centraal-Azië werd via Mazar-e Sharif naar Kabul en verder naar Peshawar vervoerd.

Toen China in 1934 hennep verbood, begonnen de Afghanen zelf hasj in grotere hoeveelheden te maken voor de export. De kwaliteit was eerst wisselend. Indiase rapporten uit de jaren veertig beschreven Afghaanse charas als versneden. Pas in de jaren zeventig groeide de productie van kleinschalige huisnijverheid uit tot export op grote schaal naar Europa en Noord-Amerika.

Hasj had ook een plek in de Afghaanse samenleving, al was die omstreden. In Balkh in het noorden richtte de soefi-heilige Baba Qu-ye Mastan begin twintigste eeuw bij zijn graf een rookhuis in. Tegelijk kreeg wie regelmatig rookte het etiket charsi, een woord met een slechte klank. Een oud gezegde luidt ongeveer: rook, rook, zodat je je verdriet vergeet.

Een Afghaans theehuis, 1969
Een Afghaans theehuis, chaikhana, in 1969. Foto: Herbert Maeder / Kantonsbibliothek Appenzell Ausserrhoden, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.

Zo werd Afghaanse hasj gemaakt

Afghaanse hasj was een winterambacht. De planten werden tussen oktober en januari geoogst, en de hars werd eind december en in januari gewonnen, als het koud was. Zo beschrijft het VN-bureau voor drugs en misdaad, UNODC, de methode in zijn grote onderzoek naar cannabis in Afghanistan uit 2009.

De gedroogde planten werden geslagen, en het poeder werd gezeefd door een doek die over een schuin houten frame was gespannen. Wat erdoor viel, heette garda. Het zeven werd herhaald, en elke ronde gaf een lagere kwaliteit: de eerste garda was de beste, daarna kwamen de tweede en derde. In het noorden, rond Balkh en Badakhshan, hielden boeren de eerste garda vaak apart, wat minder maar betere hasj opleverde. In het zuiden en oosten werden de rondes vaker gemengd.

Daarna moest het poeder hasj worden. In het zuiden werd de garda met de hand geperst en gewreven, en slechter poeder kon met een beetje water worden bevochtigd en boven een laag vuurtje worden verwarmd tot het kneedbaar was. In het noorden bestond een methode die jooshi heet, waarbij garda van hoge kwaliteit werd verwarmd en met de hand werd geperst tot een groenbruin product. Hoe dit ambacht zich ontwikkelde en in Europa terechtkwam, lees je in deel vier van de serie.

De mythe van Afghan Black

In het Westen werd Afghan Black een naam die iedereen kende. De oorsprong is onduidelijk. De Russische botanicus Nikolaj Vavilov beschreef in 1924 een zwartachtige hennep uit Afghanistan, en of de naam daarvandaan komt is, zoals het Afghanistan Analysts Network schrijft, een kwestie van historische speculatie. Zeker is dat de hippies Afghan Black tot een merk maakten.

De reputatie stond begin jaren zeventig al vast. In een telegram van de Amerikaanse ambassade in Kabul uit 1971 noteerden diplomaten dat Afghaanse hasj "an especially high reputation among world travellers" genoot.

Kabul en Chicken Street

Voor reizigers op de hippie trail was Kabul het doel van een lange etappe en een plek om uit te rusten. In de jaren zeventig kwamen er elk jaar tienduizenden westerlingen. Er waren goedkope hotels, restaurants en theehuizen, en de feesten in het Green Hotel werden beroemd.

Chicken Street in het centrum van Kabul was de straat die iedereen kende. Winkels, eenvoudige hotels en restaurants zaten er naast elkaar, en je kon er Afghaanse schapenvachtjassen kopen, armbanden en, zoals een Britse krant later schreef, volop hasj. In Sigi’s aan Chicken Street wisselden reizigers informatie uit over de weg verder. Gul Agha Karimi, die in Kabul een camping runde, herinnerde zich veel later: "All the hippies knew me."

Bazaar in Kabul, 1977
Een bazaar in Kabul in 1977. Foto: Paul Dober, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons.

De Brotherhood of Eternal Love: van Kandahar naar Californië

Ashbrook en Bevans hoorden bij de Brotherhood of Eternal Love, een groep die John Griggs halverwege de jaren zestig had opgericht en die vanaf 1967 in Laguna Beach in Californië zat. Na de ontmoeting in Kandahar werden de broers Tokhi hun leveranciers.

Volgens het boek Orange Sunshine van journalist Nicholas Schou werd de hasj onder meer verstopt in Volkswagenbusjes die naar Californië werden verscheept, en later ook in uitgeholde surfplanken. Die details zijn grotendeels gebaseerd op interviews met Ashbrook zelf. De Brotherhood was een van de eersten die Afghaanse hasj op grote schaal naar de Verenigde Staten bracht.

De groep stond ook om andere dingen bekend. In 1970 betaalde ze ervoor om Timothy Leary uit de gevangenis te laten ontsnappen. Op 5 augustus 1972 viel de politie de Brotherhood binnen in Californië, Oregon en op Hawaï, nam zo’n 2,5 ton hasj in beslag en arresteerde tientallen mensen. De Brotherhood krijgt in de serie een eigen portret.

De zaden die bleven

Uit Afghanistan kwam niet alleen hasj. Volgens de onderzoekers Robert C. Clarke en Mark Merlin bereikten Afghaanse zaden vanaf eind jaren zeventig en in de jaren tachtig meerdere keren Noord-Amerika en Europa. De planten hadden bredere bladeren dan de soorten die in het Westen werden geteeld, en toen begonnen kwekers de oudere soorten sativa te noemen en de Afghaanse indica.

De invloed was enorm. Halverwege de jaren tachtig had volgens Clarke en Merlin het overgrote deel van de zaadloze cannabis die in Noord-Amerika werd geteeld Afghaanse voorouders. Tegelijk begonnen de eerste zaadbedrijven in Nederland geselecteerde soorten te verkopen. De Nederlander Ben Dronkers, die later het Hash Marihuana & Hemp Museum in Amsterdam oprichtte, heeft verteld dat hij begin jaren zeventig zaden uit Pakistan mee naar huis nam.

Het verbod en de oorlog

Formeel was cannabis in Afghanistan sinds 1957 verboden, maar het verbod werd nauwelijks gehandhaafd. In 1973 verbood koning Zahir Shah zowel cannabis als opium, volgens meerdere bronnen met 47 miljoen dollar steun uit de Verenigde Staten. Diezelfde zomer, op 17 juli 1973, werd de koning bij een staatsgreep afgezet terwijl hij in Italië was.

Het verbod stopte de productie niet. Het Afghanistan Analysts Network schat dat het land in de tweede helft van de jaren zeventig tussen de 150 en 400 ton hasj per jaar produceerde. Een deel van de handel verhuisde naar Pakistan. In april 1978 grepen de communisten met een staatsgreep de macht, wat de Zweedse fotograaf Sten-Åke Sändh in Kabul met eigen ogen zag. In december 1979 trokken Sovjettroepen het land binnen, en was de tijd van de hippie trail in Afghanistan voorbij.

De sporen van Afghanistan in de cannabis van nu

Het Kabul van nu is een heel andere stad dan de stad die de reizigers kenden. Maar de sporen van de Afghaanse hasj zijn nog steeds zichtbaar: in de naam Afghan Black, in de genetica die in een groot deel van de huidige cannabis zit, en in het ambacht van zeven en met de hand persen dat nog altijd wordt toegepast. Mensen als de Amsterdamse Mila Jansen en Frenchy Cannoli droegen die kennis verder, en hun verhalen krijgen in de serie een eigen artikel.

In het volgende deel trekken we verder naar het oosten, over de Khyberpas, naar Nepal en India: Freak Street in Kathmandu, charas uit de Himalaya en de stranden van Goa.

Tijdlijn

  • Negentiende eeuw: Hasj uit Buchara wordt via Mazar-e Sharif en Kabul naar Peshawar vervoerd. Het zeven in Afghanistan krijgt waarschijnlijk vorm.
  • 1924: Nikolaj Vavilov beschrijft een zwartachtige Afghaanse hennep.
  • 1934: China verbiedt hennep, en de Afghanen beginnen hasj te maken voor de export.
  • 1957: Cannabis wordt in Afghanistan formeel verboden.
  • 1967: De Brotherhood of Eternal Love sluit haar eerste deal met de broers Tokhi in Kandahar.
  • 1972: De politie valt de Brotherhood op 5 augustus binnen.
  • 1973: Zahir Shah verbiedt cannabis en opium. De koning wordt op 17 juli bij een staatsgreep afgezet.
  • 1978: De communisten grijpen in april de macht.
  • 1979: Sovjettroepen trekken in december Afghanistan binnen.
  • Eind jaren zeventig en jaren tachtig: Afghaanse zaden bereiken Noord-Amerika en Europa.

Meer in de serie

Dit is deel twee van vijf in onze serie over de Hippie Trail:

Lees ook ons portret van Frenchy Cannoli, die in de Himalaya leerde charas te maken.

Wat is Afghan Black?

Afghan Black is de naam die westerse reizigers in de jaren zestig en zeventig gaven aan de donkere, met de hand geperste hasj uit Afghanistan. Waar de naam vandaan komt is onduidelijk, maar het waren de hippies die hem beroemd maakten.

Hoe werd Afghaanse hasj gemaakt?

Gedroogde cannabisplanten werden geslagen en door doek gezeefd tot een poeder dat garda heet. Dat poeder werd daarna met de hand geperst en gekneed, soms met wat warmte of water, tot hasj. Het werk gebeurde in de winter.

Wat was de Brotherhood of Eternal Love?

De Brotherhood of Eternal Love was een groep uit Laguna Beach in Californië. Vanaf 1967 kochten ze hasj in Kandahar en ze waren een van de eersten die Afghaanse hasj op grote schaal naar de Verenigde Staten brachten. De politie viel de groep in 1972 binnen.

Bronnen

Headerfoto: Kabul in 1974. Foto: Wendy Tanner, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons.

Uit het artikel
Naar boven